04 februari 2026

Publieksverslag pilot Lerende Praktijken 'Samenwerking die groeit: geleerde lessen van 2,5 jaar interprofessioneel samenwerken'

Na 2,5 jaar leren, reflecteren en samenwerken is de pilot Lerende Praktijken van Met Andere Ogen afgerond. In Veenendaal, Amsterdam (speciaal onderwijs) en Emmen werkten scholen samen met partners uit jeugdhulp, kinderopvang, (jeugd)gezondheidszorg en welzijn aan betere afstemming rond leerlingen en gezinnen. Het publieksverslag laat zien hoe die samenwerking zich ontwikkelt wanneer scholen en partners bewust investeren in tijd, structuur en reflectie – en wat dat concreet oplevert voor de praktijk.


Drie lerende praktijken, drie vertrekpunten

De pilot volgde samenwerkingen die elk vanuit een andere beginsituatie startten. In Veenendaal lag de focus eerst op casusoverleg tussen school, Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en schoolmaatschappelijk werk en welzijn. De centrale vraag was hoe deze samenwerking preventiever en structureler kon worden ingericht. In Amsterdam maakten twee scholen voor speciaal onderwijs al jaren gebruik van specialistische jeugdhulp in het schoolteam; daar ging het om verdieping, onderlinge rolverheldering en borging. In Emmen stond een wijkgerichte samenwerking tussen scholen, gemeente, zorg en welzijn nog aan het begin en lag de nadruk op het opbouwen van gezamenlijke routines, vaste overlegmomenten en duidelijke verantwoordelijkheden.

Samen leren, reflecteren en verbeteren

In alle drie de praktijken werd gewerkt volgens hetzelfde principe: meten, reflecteren en verbeteren. De samenwerking werd op meerdere momenten gevolgd via enquêtes, groepsgesprekken en gezamenlijke reflectiesessies. Na iedere meting gingen scholen en partners samen in gesprek: wat werkt hier goed? Waar lopen we vast? En welke stap is nu logisch? Juist dat cyclische karakter hielp om samenwerking concreet te maken en stap voor stap te versterken.

Van relationeel vertrouwen naar professionele afspraken

Een belangrijke les uit de pilot is dat samenwerking begint bij nabijheid en vertrouwen. In alle praktijken werd eerst geïnvesteerd in elkaar leren kennen: wie doet wat, wie is wanneer aanwezig, en hoe kunnen we elkaar snel vinden? Vanuit die relationele basis ontstonden professionelere afspraken, zoals vaste overlegmomenten, gezamenlijke casusbesprekingen en duidelijkere rolverdeling. In sommige praktijken groeide dit verder door naar bestuurlijke afspraken, waardoor samenwerking minder persoonsafhankelijk werd en ook bij wisselingen in teams overeind bleef.

Snellere signalering en minder versnippering

De manier van samenwerken heeft zichtbare effecten. Zorgen rond leerlingen worden eerder gesignaleerd en sneller opgepakt, bijvoorbeeld doordat jeugdhulp- of welzijnsprofessionals structureel op of rond school aanwezig zijn. Professionals ervaren minder versnippering omdat casussen gezamenlijk worden besproken en afspraken beter op elkaar aansluiten. Voor opvoeders betekent dit meer rust en duidelijkheid: zij hoeven hun verhaal minder vaak opnieuw te doen en weten beter bij wie ze terechtkunnen.

Meer handelingsruimte en een sterker pedagogisch klimaat

Ook voor professionals verandert er iets wezenlijks. Leraren, intern begeleiders en jeugdhulpprofessionals geven aan dat korte lijnen en vaste samenwerkingsstructuren zorgen voor meer handelingsruimte en steun bij complexe situaties. Daarnaast dragen preventieve en groepsgerichte activiteiten bij aan meer rust en veiligheid in de klas en in de school als geheel. Samenwerking verschuift daarmee van vooral reageren op problemen naar gezamenlijk vooruitdenken.

Kleine stappen, groot effect

De hoofdconclusie van de pilot Lerende Praktijken: duurzame interprofessionele samenwerking ontstaat niet door één interventie, maar door kleine, structurele stappen als heldere rollen, vaste gezichten, gezamenlijke reflectie en tijd om samen te leren. Juist door dit bewust te organiseren, groeit samenwerking uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van de pedagogische basis rond scholen.

 

  • Zo werk je als lerende praktijk aan betere samenwerking rond school

    1. Begin bij nabijheid en vaste gezichten
    Zorg dat partners elkaar regelmatig en in de praktijk ontmoeten. Structurele aanwezigheid van bijvoorbeeld jeugdhulp, schoolmaatschappelijk werk of welzijn op of rond school verkort lijnen en helpt om elkaar echt te leren kennen. Dat relationele vertrouwen is de basis voor alles wat volgt.

    2. Maak tijd om samen stil te staan
    Plan vaste momenten waarop scholen en partners samen reflecteren: wat gaat goed, wat schuurt, en wat vraagt bijstelling? In de lerende praktijken gebeurde dit na iedere meting, maar ook tussentijds. Juist dat gezamenlijke gesprek maakt samenwerking minder impliciet en voorkomt dat aannames blijven bestaan.

    3. Werk stap voor stap aan rolhelderheid
    Samen leren betekent ook: expliciet maken wie waarvoor verantwoordelijk is. Door casussen gezamenlijk te bespreken en ervaringen te delen, ontstaat gaandeweg een gedeelde taal en duidelijkheid over rollen. Dat vergroot de handelingsruimte van professionals en vermindert versnippering.

    4. Combineer casusgericht en preventief werken
    In alle drie de praktijken verschoof de samenwerking van vooral reageren op individuele casussen naar ook preventieve en groepsgerichte activiteiten. Dat vraagt afstemming, maar levert meer rust op voor leerlingen, opvoeders en professionals.

    5. Borg wat werkt, zodat het niet persoonsafhankelijk blijft
    Waar mogelijk werden afspraken vastgelegd en ondersteund door schoolbesturen en gemeenten. Die bestuurlijke borging helpt om samenwerking vast te houden bij personele wisselingen en om geleerde lessen structureel onderdeel te maken van de praktijk.


Download het publieksverslag

Wil je meer lezen over de aanpak, opbrengsten en geleerde lessen uit de drie lerende praktijken? Download het publieksverslag Pilot Lerende Praktijken

 

Downloads